|
|
|||
|
|
|
www.dagvandearchitectuur.nl/ 14 - 06 - 2004 Kort Nieuws 09-06-2004Het juninummer van De Architect behandelt een aantal bedrijfsgebouwen, de Sdu drukkerij in Den Haag (Hans Goverde, Kraaijvanger Urbis), Klaver 4 (Borren Staalenhoef Architecten) en de Cap Gemini Campus (Brocanet & Partners, Architekten Cie) beiden bij Pappendorp, Leidsche Rijn. Ook worden een kinderdagverblijf in Utrecht (Drost + van Veen architecten) en een woning te Bemmel (GroupA) besproken. Daarnaast is er een interview met Hubert-Jan Henket over hergebruik/renovatie van moderne gebouwen. Overigens zal de Architect vanaf komende maand meer aandacht aan techniek/detaillering schenken, het tijdschrift Detail in Architectuur gaat samen met De Architect. Jaarlijks zullen er nu 10 reguliere nummers, 3 Interieurbijlagen en 3 Detailspecials verschijnen. 15 juli wordt "The Hermitage", een zeven meter lange installatie uit staal en zink van de Amerikaanse visionaire architect Lebbeus Woods (1940) aan de gevel van het Nederlands Architectuur Instituut (NAi) onthuld. Naar aanleiding hiervan opent Showroom Mama in de nabijgelegen Witte de Withstraat diezelfde dag de multidisciplinaire tentoonstelling "City City Bang Bang". Daarin geeft een aantal jonge (video)kunstenaars, architecten en performers een kritische visie op de Westerse stad, geïnspireerd door het gedachtegoed van Lebbeus Woods. In en rond Museumwoning Sonneveld, gelegen aan de Jongkindstraat, zal ook een aantal installaties geplaatst worden. De sculptuur van Woods is onlangs door de TU Eindhoven aan het NAi geschonken. Na een eerste selectie uit de 42 inzendingen van de Europese aanbesteding van de nieuwbouw en renovatie van het Stedelijk Museum te Amsterdam zijn 5 Nederlandse architectenbureau's geselecteerd. Dit zijn Architectuurstudio Herman Hertzberger, Benthem en Crouwel, Claus en Kaan architecten, Diederen Dirrix van Wylick architecten en Henket & Partners architecten. Sinds de jaren 90 zijn er plannen voor uitbreiding en renovatie. Eerder plannen van de Amerikaanse Robert Venturi (besloten prijsvraagwinnaar in 1993) en de Portugees Alvaro Siza gingen niet door. Meer infowww.dearchitect.nl/ www.nai.nl/ www.stedelijk.nl/ 09 - 06 - 2004 Kort Nieuws 06-06-2004Op 19 juni 2004 vindt in het Tilburgse museum De Pont het architectuursymposium "Het museum" plaats. Het museum is het zevende symposium over de architectuur van publieke gebouwen, die de K.L. Poll-stichting voor Onderwijs, Kunst en Wetenschap organiseert onder de titel Het gebouw als denkbeeld. Onder meer Mels Crouwel, Wytze Patijn, Wim Quist en Herman Hertzberger zijn sprekers. 14 juni (1954) geeft Kim Nielsen van het Deense architectenbureau 3xNielsen een lezing in de Brakke Grond in Amsterdam. 3xNielsen heeft in Nederland een groot woningbouwproject voor de VINEX locatie Nesselande bij Rotterdam en het nieuwe muziekcentrum op de Oostelijke Handelskade in Amsterdam ontworpen. Beide projecten zijn nog niet voltooid. Zie voor meer informatie de website van ARCAM. Het rijk heeft het masterplan voor het stationsgebied Utrecht op hoofdlijnen goedgekeurd. Voor de realisatie van het project is bijna 300 miljoen euro gereserveerd. Het stationsgebied van Utrecht is één van de zes zogenoemde Nieuwe Sleutelprojecten (NSP) in Nederland. Dit zijn nationale stedenbouwkundige projecten op en rond de stations van de hogesnelheidstrein (HST). Het rijk ondersteunt sinds 1997 de nieuwe sleutelprojecten. Naast Utrecht zijn dat Amsterdam Zuid/WTC (De Zuidas), Rotterdam Centraal, Den Haag Nieuw Centraal, Breda Spoorzone en Arnhem Centraal. Meer infowww.klpoll.nl/ www.depont.nl/ www.arcam.nl/ www.vrom.nl/ 06 - 06 - 2004 Glaspaleis te Heerlen wint Bouwfonds AwardDEN HAAG - Het Glaspaleis te Heerlen heeft de eerste editie van de Bouwfonds Award voor Vitale Monumenten gewonnen. Deze prijs is vandaag uitgereikt aan burgemeester Toine Gresel van de gemeente Heerlen. De award zal vervolgens ieder jaar worden uitgereikt aan een monument dat na een restauratie een nieuwe bestemming heeft gekregen en toegankelijk is geworden voor het publiek. Op Open Monumentendag 2003 is de inschrijving geopend voor de eerste editie van de Bouwfonds Award. "Bouwfonds voelt een belangrijke verbondenheid met de kwaliteit van de leefomgeving. En die kwaliteit wordt verhoogd door monumenten die actief worden gebruikt en waarvan iedereen kan genieten. Vitale monumenten zijn belangrijk voor het Nederlands cultureel erfgoed. Een vitaal monument doet het erfgoed leven en draagt bij aan begrip en waardering voor onze historie" aldus Bart Bleker, lid van de Raad van Bestuur van Bouwfonds. In totaal hebben 96 monumenten meegedongen naar de Bouwfonds Award. Een professionele jury heeft na een uitgebreide afweging en een constructieve discussie uiteindelijk gekozen voor het Glaspaleis te Heerlen. De Bouwfonds Award is uitgereikt door Fons Asselbergs, directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en voorzitter van de jury. Het Glaspaleis te Heerlen stamt uit 1935 en was van oorsprong een warenhuis. In de afgelopen jaren is het winkelwarenhuis getransformeerd tot een multifunctionele en culturele bestemming. Het biedt nu onderdak aan de stadsgalerij, stadsbibliotheek, muziekschool, architectuurcentrum en aan een filmhuis. Belangrijke punten in de revitalisering waren het terugbrengen van de kristalheldere glazen gevel en het realiseren van een beheersbaar binnenklimaat. Hierdoor is de openheid van het glazen gebouw weer in zijn oorspronkelijke vorm teruggebracht. De jury: "Er is momenteel een enorme belangstelling voor jonge monumenten. En wat het Glaspaleis in Heerlen betreft, kan worden gesteld dat het publiek grote waardering heeft voor de nieuwe functie en de hoge mate van toegankelijkheid van dit voormalige modehuis Schunck. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn veel elementen aan het Glaspaleis veranderd. Helaas niet ten goede. Door de recente zeer ingrijpende en zorgvuldig uitgevoerde restauratie is het oorspronkelijke concept van architect Frits Peutz volledig teruggebracht. De jury heeft grote waardering voor de visie van de gemeente Heerlen en de manier waarop de restauratie is uitgevoerd. Omdat het Glaspaleis een lichtend voorbeeld is van perfecte revitalisering en optimale publieke toegankelijkheid, is het Glaspaleis de favoriet van de jury en daarmee de winnaar van de Bouwfonds Award voor Vitale Monumenten 2004." Meer infowww.bouwfonds.nl/ 02 - 06 - 2004 Sternet, tentoonstelling over leegstaande postsorteercentra in het NAiROTTERDAM - Parallel aan de tentoonstelling "Woonerven en Zitkuilen. De Kritiese Jaren Zeventig" toont het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) van 19 juni t/m 3 oktober 2004 de resultaten van een onderzoek naar de waarde van twaalf enorme sorteerhallen die over het hele land verspreid zijn. Sorteerhallen maken onderdeel uit van expeditieknooppunten (EKP's) die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig door de PTT vlakbij centrale stations zijn opgericht. Samen vormden deze twaalf EKP's het "Sternet", een netwerk voor de postdistributie per trein. Het NAi heeft, in samenwerking met SKOR (Stichting Kunst in de Openbare Ruimte), drie architectenbureaus en drie kunstenaars gevraagd onderzoek te doen naar de waarde, de waardering en het mogelijke hergebruik van de gebouwen. De uitkomst daarvan wordt getoond in de tentoonstelling "Sternet". De expeditieknooppunten, of post sorteerfabrieken, zijn gebouwd toen de postcode in Nederland werd ingevoerd. In de tentoonstelling "Sternet" wordt het verleden van de expeditieknooppunten getoond en wordt de vraag gesteld welke toekomst weggelegd is voor het Sternet en de gebouwen ervan. Het NAi heeft, in samenwerking met SKOR (Stichting Kunst in de Openbare Ruimte), drie architectenbureaus en drie kunstenaars gevraagd onderzoek te doen naar de waarde, de waardering en het mogelijke hergebruik van de gebouwen. De deelnemende architectenbureaus zijn: United Architects met Ben van Berkel, Alejandro Zaera Polo en Greg Lynn, One Architecture van Donald van Dansik en Matthijs Bouw en SeARCH van Bjarne Mastenbroek. De kunstenaars die een bijdrage leveren zijn: Barbara Visser, Gerard Holthuis en Sean Snyder. Hun ontwerpen en visies vormen een belangrijk onderdeel van de expositie. Tijdens de tentoonstelling wordt aan de hand van deze case-study een debat georganiseerd over de waarde van, de waardering voor en de toekomst van de architectuur uit de jaren zeventig en tachtig. Aanleiding voor het project is de inventarisatie van naoorlogse overheidsgebouwen door Atelier Rijksbouwmeester. Veel van deze gebouwen zijn overbodig geworden, staan leeg of worden gesloopt. Ze zijn nog te 'jong' om onder de hoede van monumentenzorg te vallen. Dit lot dreigt ook voor de EKP's. Het NAi beschouwt het Sternet als cultureel erfgoed en wil onderzoeken welke functie hiervoor zou kunnen zijn weggelegd. Naast de economische waarde, moet de culturele betekenis ook worden onderzocht en in de opgave worden betrokken. Het project past in de centrale doelstelling van het NAi om het culturele erfgoed zoals dat vastligt in de architectuur te onderzoeken en daarmee het debat over het heden en de toekomst van de architectuur te ondersteunen. Meer infowww.nai.nl/ 02 - 06 - 2004 Woonerven en Zitkuilen, De Kritiese Jaren Zeventig in het NAiROTTERDAM - Van 19 juni tot en met 3 oktober 2004 zal in het Nederlands Architectuur Instituut (NAi) de tentoonstelling "Woonerven en Zitkuilen, de Kritiese Jaren Zeventig" te zien zijn. Typische voorbeelden uit dit decenium zijn de zitkuil, het woonerf en het behang met weelderige patronen in de kleurencombinatie bruin-oranje-paars. Maar ook gebouwen als Hoog Caterijne in Utrecht, Centraal Beheer in Apeldoorn, Het Moederhuis in Amsterdam en de Meerpaal in Dronten hebben een toon gezet in het decennium met de hoogste bouwproductie in de Nederlandse geschiedenis. Materiaal van architecten, kunstwerken, films en foto's zijn te zien. Ook geven een typische jaren zeventig huiskamer en een echte zitkuil een beeld hoe de interieurs van die tijd eruit zagen. De jaren zeventig zijn volstrekt anders geëindigd dan ze begonnen zijn. Het decennium begint met "flower power" en eindigt in punk en disco. Het geloof in de welvaartsgroei na de democratiseringsgolf van 1968 verandert, na twee oliecrisis, in een tijdperk van "no-nonsense" in de tachtiger jaren. Door sommigen worden de jaren zeventig gezien als een periode waarin alles mogelijk was. Voor anderen betekende het een onoverzichtelijk tijdperk van inspraak en conclusieloze vergadercultuur. Voor de één zijn de jaren zeventig hip en trendsettend geweest, voor de ander dogmatisch en star. Eén ding is zeker, de ontwikkelingen die plaatsvonden in de jaren zeventig hebben Nederland definitief veranderd. Inspraak heeft een wettelijke grondslag gekregen en de verzorgingsstaat en de multiculturele samenleving kregen in de jaren zeventig hun definitieve vorm. Wat hebben deze veranderingen betekend voor de architectuur en de stedenbouw? Vanaf 1970 werd het ontwerp ondergeschikt aan de sociaal-maatschappelijke functie en werd opnieuw gekeken naar de inrichting van de stad. Kenmerkend voor de architectuur van deze tijd zijn de schuine muren, het hellend dak, het gebruik van baksteen en vooral de grillige plattegronden. Dit alles kwam voort uit de groeiende ontevredenheid over de kwaliteit van architectuur en stedenbouw van de wederopbouw. De menselijke maat speelde een belangrijke rol bij de ontwikkeling van nieuwe woongebieden. Het woonerf maakte zijn opmars. Kinderen konden veilig op straat spelen en collectief groen bepaalde het straatbeeld. In de jaren zestig was er nog veel waardering voor de nieuwbouwwijken die aan de rand van grote steden werden gebouwd. De kritiek die in de loop van de jaren zestig ontstond, vertaalde zich aan het einde van dit decennium in verzet en 'aksie'. Het verzet tegen de grote wederopbouwwijken én de verloedering van de historische binnensteden die tegelijkertijd plaatsvond, leidde tot het begrip dat er veranderingen noodzakelijk waren. Het gevolg was dat er veel gesloopt werd zonder discussie. De Weesperstraat in Amsterdam is hiervan een goed voorbeeld. Pas toen er ver gevorderde plannen waren om een deel van de Jordaan te slopen om plaats te maken voor een toegangsweg tot de binnenstad, kwam de Amsterdamse bevolking in opstand. De veranderingen van de jaren zeventig brachten niet één dominante stroming voort, maar juist een veelheid en verscheidenheid aan opvattingen. Er ontstonden vele kleine groeperingen met ieder hun eigen kenmerken: afwisselende en nieuwe vormen, de menselijke schaal, herwaardering voor de oude stad en het gebruik van geprefabriceerde elementen voor een flexibele plattegrond. Het gebrek aan een dominante stroming levert vreemd genoeg wel typische, herkenbare jaren zeventig architectuur en stedenbouw op. De tentoonstelling en het bijgehorende boek besteden aandacht aan het bijzondere van de architectuur en stedenbouw in de jaren zeventig. In het midden van de tentoonstellingsruimte wordt een installatie gebouwd waarin diverse kamers gebouwd zijn om de belangrijkste ontwikkelingen uit te leggen. In het hart van de installatie bevindt zich een zitkuil: het startpunt voor rondleidingen en workshops. De sociaal-maatschappelijke contouren die met name in de jaren zeventig een grote stempel op de architectuur en stedenbouw drukten, krijgen veel aandacht. Fotografie, beeldende kunst, film, televisie, industrieel ontwerp, grafische vormgeving en interieurarchitectuur geven de context aan waarbinnen de architectuur en stedenbouw zich manifesteerden. Speciaal voor kinderen wordt een speurtocht in de tentoonstelling uitgezet. Zij kunnen op deze manier kennismaken met de tijd waarin hun ouders zijn opgegroeid. Het boek "De Kritiese jaren zeventig" wordt uitgegeven door NAi Uitgevers. Centraal Beheer te Apeldoorn, foto door Bart van Hoek
www.nai.nl/ De gids: Structuralisme 02 - 06 - 2004 |
© ir. B. van Hoek - Architectuur.ORG - 1999 - 2008