> > Thema's > Blobs

Blobs

Nieuwe gebouwvormen uit het deconstructivisme en supermodernisme. Met de komst van de CAD/CAM-computers in het bouwproces introduceren ontwerpers complexe, vloeiende gebouwvormen. Blob verwijst naar vormeloze monsters uit de gelijknamige film en is tevens een afkorting uit de informatietechnologie: Binary Large OBject. Hiermee wordt de grote hoeveelheid data aangegeven die nodig is om deze, ingewikkelde dubbelgekromde vormen, geometrisch te beschrijven.

Vaak wordt het 3D-computermodel gebruikt om in de fabriek de vormen te maken (File to factory). Hierbij is de uitwisselbaarheid tussen de verschillende computerprogramma's nog steeds een probleem. De Californische architect Frank Gehry gebruikt een softwarepakket dat ook in de Formule 1 wordt gebruikt: CATIA. De software wordt dan door alle betrokken partijen gebruikt.

In het proces van ontwerp en uitvoering vragen blobs veel inventiviteit. Om de gebouwen te realiseren wordt soms gebruik gemaakt van traditionele technieken uit de scheepsbouw of kassenbouw. Bij een gedeelte van de bouw van het zoetwaterpaviljoen instrueerde architect Spuybroek de aannemer op de bouwplaats in plaats van te communiceren via tekeningen. Van Zuuk gebruikt maquettes en in de uitwerking een 3D-computermodel om zijn ontwerpen te realiseren.

De blobs worden bekleed met materialen als zink, koper, staal, aluminium en kunststof die de ingewikkelde vorm kunnen volgen. Door middel van de techniek explosievormen kunnen met metalen complexe dubbelgekromde vlakken worden gemaakt. Als een minder makkelijk vervormbaar materiaal als bijvoorbeeld glas wordt gebruikt dan kan de vorm worden benaderd door gebruik te maken van een groot aantal vlakken, bijvoorbeeld driehoeken. Een voorbeeld is de pui van het stadhuis in Alphen aan den Rijn. De gebouwen zijn echter meestal vrij gesloten en worden vooral gebruikt voor muziekzalen en tentoonstellingsruimten. Soms volgen de binnenruimten niet de gekromde buitenhuid, een voorbeeld is de muziekzaal van het Urban Entertainment Centre in Almere.

Er wordt gestudeerd op mogelijkheden om blob-architectuur beter realiseerbaar te maken. Martijn Veltkamp promoveerde in 2007 aan de Technische Universiteit in Delft op zijn ontwerp voor Deltaribben. Deze gebogen ribben bestaan uit drie staalplaten en kunnen worden samengesteld tot de draagstructuur voor een blob. Arno Pronk daarentegen ontwikkelt aan de Technische Universiteit Eindhoven een systeem, waarbij er in mallen op de bouwplaats een dragende blob wordt gerealiseerd: de Blowing Structure Method. Karel Vollers (1951) en fabrikant Alcoa ontwikkelen de AA100Q-Twist, een getordeerd gevelsysteem met te openen delen. Hierbij is ook het glas meegebogen. Ook ontwikkelde Vollers de Pinbed Wizard, een instelbare mal met 200 simultaan bewegende pinnen, waarmee dubbel gekromde panelen van glas, beton of kunststof gemaakt kunnen worden.

Architecten: ONL / Kas Oosterhuis, René van Zuuk, Lars Spuybroek (NOX), Erick van Egeraat en UNStudio.

Referentieprojecten

Literatuur

Hybrid Space - New forms in digital architecture
Peter Zellner - Thames & Hudson - 1999
Twist & Build creating non-orthogonal architecture
Karel Vollers - 010 publishers - 2001
De nieuwe mathematica van de hedendaagse architectuur
Jane Burry + Mark Burry - Uitgeverij Thoth - 2010

© Architectuur.ORG - 1999 - 2017 | info@architectuur.org | RSS-feed | Twitter | LinkedIn | Facebook