High Tech

Deze stroming breekt met de bouwtraditie. Het idee van high-tech is dat de onderdelen van de gebouwen zoveel mogelijk in de fabriek worden geprefabriceerd. De gebouwen zijn vaak totaalkunstwerken waarbij ook meubels en voorzieningen voor de infrastructuur worden ontworpen. De installaties en constructie van de gebouwen worden als een soort ornament of sculptuur aan de buitenzijde geplaatst. Hierdoor krijgen de gebouwen het uiterlijk van een machine. Het argument is dat er binnen een grote flexibele lege ruimte overblijft. De gebruikte materialen zijn vooral staal, roestvaststaal (RVS), aluminium en glas. In de projecten worden regelmatig in felle kleuren geschilderde installatie- en constructie-onderdelen als tuien, vakwerkliggers, ruimtevakwerken, raatliggers toegepast.

De beroemdste voorbeelden van high-tech architectuur zijn het museum voor moderne kunst Centre Pompidou in Parijs (1977) van de architecten Renzo Piano en Richard Rogers en het ook door Rogers ontworpen kantoorgebouw voor de Lloyds of London (1986). In beide gebouwen zijn behalve de installaties trappen en liften aan de buitenzijde geplaatst. Bij Lloyds of London zijn dit liften en noodtrappenhuizen en bij het Centre Pompidou de roltrappen die aan de voorzijde van het gebouw in een perspex buizen alle verdiepingen met elkaar verbindt.

De stroming is van oorsprong vooral Brits met architecten als Nicholas Grimshaw, Norman Foster, Richard Rogers en Michael Hopkins. Er worden utilitaire bouwwerken als kantoren, fabrieken, bedrijfsgebouwen, ziekenhuizen en stadions gebouwd.

In Nederland zijn er vooral high-tech stations en industriehallen gerealiseerd. Er zijn verder nauwelijks zuivere voorbeelden van deze stroming te vinden. De gebouwen zijn over het algemeen meer ingetogener dan het werk van de collega's in Groot-Brittannië. Zo zijn in de ontwerpen van OD 205, Cepezed en Benthem Crouwel de installaties geïntegreerd in het bouwvolume. Deze architectenbureaus werken vooral aan utilitaire projecten. Cepezed houdt zich onder meer bezig met prefabricage en productontwikkeling. Zwarts en Jansma realiseert veel stadions. Benthem Crouwel ontwerpt veel infrastructuurprojecten, waaronder projecten voor Schiphol en de vier grootste stations in Nederland. Jan Brouwer ontwerpt meer expressieve high-tech gebouwen met tui-constructies in felle kleuren. Tot de high-tech kunnen ook de stations worden gerekend die de Nederlandse Spoorwegen in de jaren tachtig van de vorige eeuw lieten bouwen in Zaanstad en aan de nieuwe spoorlijnen Flevolijn en de Amsterdamse Ringspoorlijn. In deze stations werden kleurige ruimtevakwerken toegepast door architect Peter Kilsdonk en constructeur László Vákár.

High-Tech heeft in Nederland geen grote stroom aan gebouwen opgeleverd. Een reden kan zijn dat door de steeds strengere isolatie-eisen in Nederland het steeds lastiger gebouwen volgens de pure principes van high-tech te realiseren. Bovendien is in de bouwwereld, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de vliegtuigindustrie geen noodzaak is om hele lichte constructies te realiseren. Een ander nadeel van de complex ogende gebouwen is de onderhoudsgevoeligheid door de uitwendige constructie- en installatie-onderdelen.

Architecten: Jan Benthem (1952); Jan Brouwer (1935); Michiel Cohen (1946); Mels Crouwel (1953); Arie Hagoort (1929 - 1999); Hans van Heeswijk (1952); Peter A.M. Kilsdonk (1954); H.C.H. Reijnders (1954);

Referentieprojecten


Literatuur

High Technology - De Archineering van het (ge)bouwproduct
Jan Westra - De Architect - 1987-06
High Tech Architecture
Colin Davis - Thames & Hudson - 1988

© Architectuur.ORG - 1999 - 2017 | info@architectuur.org | RSS-feed | Twitter | LinkedIn | Facebook